• Brecht Hermans

Recensie UrbanMag

Bart Magnus schreef een recensie over Dood in Venetië voor UrbanMag.



Over de dood en de liefde


Cie Hatsjie is een veelbelovend jong Hasselts theatergezelschap. Zowel acteurs als regisseur zijn prille twintigers die zich met hart en ziel in het theater storten, enkel en alleen omdat ze dat graag doen. Omdat ze het publiek iets willen geven en er bovendien voor zichzelf iets willen uithalen. Amateurs dus, al zou men velen na Dood in Venetië - gebaseerd op het boek en de film van respectievelijk Thomas Mann en Luchino Visconti - wat anders kunnen wijsmaken. Ook het amateurtheater verdient zo nu en dan aandacht, en dat hoeft helemaal niet uit medelijden te zijn. Producties zoals deze zijn het immers gewoon waard om besproken te worden, al is het maar omdat we hopelijk in de toekomst nog van een aantal namen eruit zullen horen.


Brecht Hermans, student theaterwetenschappen in Gent, beleeft met deze zelfgeschreven Dood in Venetië zijn eigenlijke regiedebuut. Je zou het hem niet nageven wanneer hij vijf minuten voor het begin van de voorstelling terloops grappend en grollend de foyer doorkruist met een emmer (die eigenlijk een rekwisiet is en dus nog op het toneel moet worden neergepoot). Geen gram zenuwen, alleen maar een bom enthousiasme en plezier. Net zoals bij de hele cast trouwens…

Het begin van het stuk is strak gelijklopend met de gelijknamige film van Luchino Visconti. De openingsscène van de ouder wordende man op de boot naar het mistige Venetië wordt integraal en verbaal opgeroepen, op een manier die zeer herkenbaar is voor wie de film heeft gezien. Deze man wil, net zoals auteur Thomas Mann het in zijn boek ook schrijft, drie weken vakantie nemen in Venetië om daarna terug te keren en het laatste hoofdstuk van zijn boek aan te vatten. Het personage van deze oudere man wordt in de voorstelling echter meteen losgelaten. Film en boek blijken louter vruchtbare uitgangspunten.

Cie Hatsjie brengt vanaf dat moment een Dood in Venetië die niet langer over homo-erotische verlangens naar de perfecte schoonheid gaat, zoals dat zowel bij Thomas Mann als bij Visconti wel het geval was. Brecht Hermans en zijn acteurs vertakken de rode draad van Visconti en Mann in een veel universeler netwerk: in een breder perspectief gezien gaat deze Dood in Venetië over de vernietigende kracht van de val die liefde heet, waarin de mens zo makkelijk door de schoonheid wordt meegelokt. Vernietigend, want liefde an sich werkt, zeker in het hete Venetië, uiterst destructief. Een epidemie, zoals die in de film voorkomt, is niet eens noodzakelijk. De liefde zelf vergt immers al genoeg slachtoffers.

Wellust daarentegen is veiliger. Dat vindt ook Tadzio, een aantrekkelijke jonge Venetiaan, de incorporatie van de perfecte mannelijke schoonheid. Zijn wellust levert hem enkel verhalen op, verhalen van individuen waarmee hij niet meer dan één nacht het bed deelt. Meer wenst hij niet. De verhalen die hij door zijn seksuele veroveringen in zich opneemt voeden hem. Het doel van deze verhalen is niet om ze in een boek te bundelen. Met de verhalen die de wellust hem opleveren, zal hij nooit het laatste hoofdstuk schrijven, omdat er nu eenmaal nooit een laatste verhaal is. Vanuit een soort van overlevingsstrategie beslist Tadzio aldus zich nooit te laten (ver)leiden door de liefde.

De eerste twintig minuten van de voorstelling zijn vrij verwarrend. Doordat er meerdere koppels op het podium staan en het gebeuren zich niet rond Tadzio en een bewonderaar afspeelt, is het aanvankelijk zeer onduidelijk wie wie is. Later valt alles wel min of meer in de plooi. Dat kan een bewuste keuze zijn, maar door gebrek aan enige richtlijnen wordt het de toeschouwer in het begin wel erg moeilijk gemaakt. Het vervolg laat bovendien geen noodzaak of grondige motivatie voor deze keuze vermoeden.

Van een echte spanningsboog is in Dood in Venetië geen sprake, al kunnen we die wel vervangen door een boog die de kracht van de begeerte doorheen de voorstelling laat zien. Deze boog loopt zeer mooi parallel met de sirocco die over Venetië waait. Een eenvoudige maar treffende choreografie, vergezeld van gitaarmuziek van en door Pieterjan Hermans, illustreert de verleiding die hierbij gepaard gaat.

Het meest opvallende aan heel deze voorstelling is zonder meer het schitterende acteerspel. De hele cast staat te spelen zoals men dat van profs mag verwachten, alsof ze al jaren niets anders doen. Cie Hatsjie voegt daar nog eens een ijzersterke uitstraling als groep aan toe. De in het amateurtheater nogal gebruikelijke zwakke schakel is hier afwezig. Brecht Hermans’ keuze voor een lange improvisatieperiode in het begin van het repetitieproces gecombineerd met een vrij strakke, vaststaande tekst naar het einde toe werpt hier vruchten af: vanuit het sterke blok dat hij en zijn acteurs hebben weten te smeden komen zowel de tekstueel rijkere passages als de belangrijke expressieve stiltes en blikken erg goed uit de verf. De sensuele aanrakingen waar deze voorstelling om vraagt zijn overtuigend, zelfs de kus is haast echt.

De tekst van Brecht Hermans is zeer uitgebalanceerd en evenwichtig. De rijkdom van een aantal mooie beelden wordt in het begin aangeboord om de volle betekenis ervan later in het stuk te oogsten. Zo ziet een personage in een van de eerste scènes een verminkte duif in Venetië: het dier is een teen kwijt. Later wordt het beeld van de duif opgepikt als metafoor voor een geliefde. Een vrouw die er met de vriend van haar zus vandoor is gegaan, verwijt deze zus een grote fout te hebben begaan: ze knipte niet de vleugels van de duif bij om deze bij zich te houden maar verminkte zijn teen. Daardoor kon hij nog wel vliegen en vloog hij dus, wanneer het fout liep in de liefde, zo ver mogelijk van haar weg. Tegelijk bleef hij verminkt voor het leven, verminkt door de liefde.

De liefde is een raar beestje. Tadzio is er echter immuun voor. Verminkt aan poten noch vleugels, belichaamt hij de perfecte schoonheid. Hij is de duif die op het San Marcoplein drentelt, zijn poten mooi en sterk, fier en gestreeld in zijn ijdelheid als de toeristen hem een broodkruimel aanbieden. “Ik geef jou iets, jij geeft mij iets”, zegt hij koel tegen een van de vrouwen die hij wil toevoegen aan zijn palmares. Een kortstondige nacht, meer niet. Daarna is de vogel gaan vliegen.

Gezien op zaterdag 9 september 2006 in Kunstencentrum België te Hasselt

CREDITS Jongerentheater Cie Hatsjie

Regie en tekst: Brecht Hermans

Spel: Inge Brauns, Anke Claassen, Christiaan Mommeyer, Dimitri Neefs, Peter Hendrikx, Elly van Eeghem

Coach: Bert Scholiers

Muziek: Pieterjan Hermans

Productiesteun: kunstencentrum BELGIË

1 weergave0 opmerkingen